Circus



De clown en zijn hondje waren dé act van het circus, vertelde het verhaaltje. Tot het viervoetertje stierf. De grote geverfde lacht en de rode neus verborgen avond na avond een ongezien groot verdriet.
Ik hield niet van clowns. Dat kinderverhaaltje, waarin trouwens een nieuwe pup komt, leerde mij dat een clown een masker draagt waarachter letterlijk alles kan schuilgaan. Stephen Kings “It” hielp niet om me van mening te laten veranderen.

“Keep the circus going inside you, keep it going, don’t take anything too seriously, it’ll all work out in the end.”
– David Niven

Tot ik wat elfenstof uit de handen van Peter Pan over me heen gestrooid kreeg.
Les 7 doigts de la main blies met hun show “Cuisine & Confessions” op de smeulende spaandertjes die desondanks steeds in mijn kinderhartje bleven steken. Door het aanschouwen van dit naturelle spektakel, dicht bij het publiek, vol wervelende en springende schepsels waarop de zwaartekracht geen vat heeft en in wiens lijven de gewrichten uit rubber bestaan, besefte ik plots vanwaar de drang ontstaat om weg te lopen met het circus.
Vliegen kan.
Dromen komen uit.
De vrije ziel lonkt.
Met Cirque du Soleil wandelde ik verder op mijn circuspad. Even snuisteren in de heilige tempel der circusartiesten naar aanleiding van het Chocoladekleed wakkerde de ontwaakte vlammetjes nog meer aan. In mij brandt nu het vuur van het circus.
Ik wil nog.
Ik wil meer.
Magie bestaat.