Losse boogpees



We noemen elkaar de partygirls.
Omdat we in ons hoofd nog steeds meisjes zijn.
Omdat we graag eens een stapje in de wereld zetten.
Omdat de boog niet altijd gespannen kan staan.

We rennen niet van fuif naar feest naar festijn. Zo nu en dan spreken we gezellig af om samen een plek op te zoeken waar de muziek wat luider staat en de lijven heen en weer deinen op de maat van de muziek.
De voorbereidingen beginnen tijdig.
Het kleedje mag iets bloter, de rok wat korter. Simpel uit praktische overwegingen aangezien de temperatuur op dergelijke plekken nogal eens de hoogte in vliegt. Verder niks achter te zoeken. De make-up mag iets uitbundiger om het neonlicht te weerstaan, de hak een tikje hoger en dunner.

“No one looks back on their life and remembers the nights they got plenty of sleep.”

En dan vertrekken we, zo ongeveer op de tijd waarop we jaren geleden terug naar huis moesten. Keer op keer bibberen we ons van de parking tot in de zaal. We passeren kassa en vestiaire en gooien ons uiteindelijk in het feestgedruis op zoek naar dat éne plekje waar we met zijn allen een staantafeltje kunnen omcirkelen. We gillen in elkaars oren om ons verstaanbaar te maken, de drukte maakt dat de bewegingsruimte beperkt blijft tot de tegel waarop we staan. Soms bevallen de draaisels van de dj, soms verguisen we ze. Na een paar uur gaan we een beetje balen en willen we weg.
“Volgende keer misschien toch ergens rustig afspreken waar we kunnen bijbabbelen?”, zeggen we dan. En ik weet nu al dat de partygirls over x-tijd voorgaand scenario gewoon herhalen.
Waar en wanneer ontdekken we die party waarvan we dromen maar die zich niet wil materialiseren voor ons?