Teatime



In een vorig leven slijtte ik mijn dagen ergens in the Commonwealth.
Bewijs: ik ben een theedrinker. Koffie vind ik ongelooflijk lekker ruiken, maar omgekeerd evenredig vies smaken. Doe mij maar een theetje, zonder melk.

Vele soorten hebben mijn lippen reeds beroerd. Sommige voor herhaling vatbaar, andere gewoon niet te zuipen, te vergelijken met slootwater. Als ik nog maar de naam hoor van een merk dat me aan de stad Mechelen doet denken, dan weet ik al: voor mij geen thee. Laat het nu net deze soort zijn die steevast geschonken wordt in kantines, op schoolfeesten, koffietafels etc.

“I’ve never had coffee. I’ve always hated the smell. It was always tea. I was a pretty typical kid, though. I grew up drinking Lipton. I didn’t know there was other tea to drink.”
– Billy Corgan

Dat ons land geconfisqueerd is door de koffiebranders, daar kan ik mee leven. Dat ik als theedrinker in de meeste zaken totaal genegeerd wordt, daar krijg ik het van op mijn heupen. In het kleinste café geeft de kaart je al gauw keuze uit een vijftal verschillende bakjes troost.
“Heeft U ook thee?”, vraag ik dan hoopvol. “Een thee”, krijg ik als antwoord terwijl de serveerster zich reeds half omdraait om te vertrekken om dan stokstijf te verstarren door mijn boute repliek: “Welke soorten?”
Thee heeft geen soorten volgens velen. De gevorderde dienster zegt zwarte en en met geluk nog munt of rozenbottel. En dat terwijl de wereld der theeën zo boordevol ontdekkingen zit. Zwart, groen, wit in alle mogelijke mengelingen met theïne, met als toemaatje de infusen van fruit en kruiden.
Hoe groot kan de kans dan zijn dat je overal enkel dezelfde paar variëteiten kan vinden?
Wij theedrinkers worden gewoonweg geboycot!