Tussen pot en pint



Gisterenavond bevond ik mij in een authentiek volkscafé. Voor een boekvoorstelling, uiteraard. Weliswaar eentje over nog meer bruine kroegen, maar dat even terzijde. Aangezien ikzelf meer een wijnsipper dan een pintenpakster ben, vormen deze plekken niet echt mijn natuurlijke habitat.

In mijn jeugd was een kroeg de plek waar mijn ouders binnenstapten wanneer het kermis was. Grootouders, ooms en tantes gezamenlijk aan een tafeltje, nichtjes en neefjes dronken snel een limonade om dan weer ongemerkt naar de kermis te glippen met de centjes die de één of ander ons toestopten. Dachten we.
Vele jaren later daagde het me pas. De volwassenen wilden dat kleine grut uiteraard liever niet luistervinkend aan hun tafeltje en kochten ons om zonder dat we het beseften. Kapitalen lieten we daar liggen want eigenlijk dienden we gewoon om de beurt alle vijf minuten of zo naast hen op te duiken om meer smeergeld te incasseren!

“I want something mouthwatering and tasty which reminds me of childhood. The scent of a fairground, candy floss, little cakes, chocolates and caramels. Perfume must not be linked just to fashion because that means that one day it will go out of style.”
– Thierry Mugler

Kermis en cafés, sinds die tijd versmolten ze voor mij in mijn herinneringen tot een zalige mix van onschuldige decadentie. Het overwinnen van de oneindige hoogte van een barkruk met als beloning een verleidelijk bifi worstje of een reep chocola met nootjes. In vrijheid rondrennen over de straat waar eendjes riepen om gevist te worden en de rups en de botsauto’s het hoogtpunt van wild vertier vormden. Een dorpskermis, een dorpscafé, mijn kinderlijk erfgoed om te koesteren.